← Terug naar het dashboard

Bron: docs/WL-PROV-2_schematisatie.md · live uit de repo gerenderd

WL-PROV-2 · Herkomst van schematisatie en randvoorwaarden

Status: canoniek · Datum: 2026-06-18 · Backlog: docs/BACKLOG_WaterLab_review.md (WL-PROV-2) Gelinkt vanaf: WL-PROV-1 (de herkomst-keten per POC op de POC's-tab) · Build-stappen: DRAAIBOEK.md

Het scherpste inhoudelijke gat uit de review: "waar komt die schematisatie vandaan?" Een wflow-model zonder herleidbare schematisatie en randvoorwaarden is voor RWS/WMCN per definitie niet serieus te nemen. Deze pagina legt per run vast: de bron van het netwerk, de herkomst van de schematisatie, en het instroompunt mét randdebiet.

Kernpunt — wflow rekent op een randvoorwaarde, het is geen 1-D-float

wflow SBM is een gedistribueerd neerslag-afvoermodel op een raster, géén 1-D-doorrekening van een vaste hydrograaf. Twee onafhankelijke invoeren sturen elke run:

  1. Meteo-forcing over het hele grid — neerslag, potentiële verdamping en temperatuur per cel (ERA5-Land). Hieruit berekent SBM de lokale afvoervorming.
  2. Een bovenstroomse instroom-randvoorwaarde — het debiet waarmee de Rijn via de IJssel-tak het modelgebied binnenkomt, opgelegd op de gridcel bij Westervoort (lon 6.154, lat 51.987) via de wflow-variabele river_water__external_inflow_volume_flow_rate (inflow, in inflow-westervoort.nc).

Zonder die randvoorwaarde zou het model alleen de lokaal-gevormde IJssel-afvoer kennen en de Rijn-bijdrage missen. Waar dat randdebiet vandaan komt, verschilt per run — zie de tabel.

Westervoort, niet Lobith. Het instroompunt is Westervoort: de IJssel-tak ná de Pannerdense Kop (~13% van de Rijn bij normaal water, ~25% bij hoogwater). Lobith is de Rijn-totaal en wordt alleen als gemeten referentie getoond, niet als modelrandvoorwaarde.

Herkomst van het netwerk en de schematisatie

Onderdeel Bron / methode
Hoogtemodel (DEM) Copernicus DEM (AWS-tegels, ~180 MB), hersampeld naar 0.008333° (~1 km). Alt.: MERIT Hydro via HydroMT (build_staticmaps.py).
Afvoernetwerk (LDD) D8 afgeleid met pyflwdir; uitlaat gesnapped op lon 5.496 / lat 53.221, bovenstrooms areaal 10 231 km²; 19 490 stroomgebiedscellen, 1 517 riviercellen.
LDD-correctie Zwolle→Kampen PDOK NWB-centerline ingebrand (fix_staticmaps.py): junctie lat 52.47/lon 6.17 omgeleid NE→W, terminus lat 52.579/lon 5.838 (Ketelmeer-pit). Zonder deze stap loopt de IJssel na Zwolle ten onrechte naar het NO.
Bodem-/landparameters Statische lagen in staticmaps-ijssel.nc (thetaS/thetaR, KsatVer, Manning N, RootingDepth, …); bodemlaagdikten [100, 300, 800] mm.
Rivierrouting Kinematic wave (river_routing = "kinematic_wave"). Geen 2-D-inundatie, geen stuw-/peilregulering.
Modelversie wflow SBM (Julia, Wflow.jl). Build-recept: DRAAIBOEK.md; config: ijssel_config*.toml.

Bekende beperking van de schematisatie: Copernicus DEM bevat geen poldercorrecties — het stroomgebied is iets ruimer dan de echte IJssel-grens. Grondwateronttrekking (landbouw/Vitens) en laagwater-stuwregulering zitten niet in het schema (relevant bij droogte, Proef 5).

Randvoorwaarden per run

Alle runs delen dezelfde schematisatie (staticmaps-ijssel.nc) en ERA5-Land-forcing (bbox N53.5 / W5.0 / S51.0 / E8.0). Ze verschillen in periode en in de instroom bij Westervoort:

Run (POC) Periode Meteo-forcing Instroom Westervoort Herkomst randdebiet
Hoogwater 1995 (P4) 1994-12-01 → 1995-01-31 ERA5-Land gesynthetiseerd, piek ~3 120 m³/s RIZA/RWS-archief — Lobith ~12 600 m³/s, IJssel-aandeel ~25%. RWS Waterinfo heeft geen data vóór ~2000.
Droogte 2018 (P5) mei – aug 2018 ERA5-Land neerslag-afvoer (geen hoogwater-instroom) Droogte gedomineerd door bovenstroomse Rijn-recessie; signaal zit in het neerslagdeficiet.
Hoogwater 2021 — run (a) (P6) 2021-05-01 → 2021-08-31 ERA5-Land gesynthetiseerd, piek ~2 200 m³/s RWS-waterstandsberichten jul 2021 — Lobith ~8 900 m³/s, IJssel ~25%.
Hoogwater 2021 — run (b) "real" (P6) idem ERA5-Land gemeten RWS-debiet RWS Waterinfo, station westervoort.ijsselkop (build_inflow_2021_real.py, rws-waterinfo 1.0.1).
Ensemble (P2) mei – aug 2018 ERA5-Land ×0.70–×1.30 als 2018 Synthetische neerslag-perturbatie — geen echte meteo-onzekerheid.

Run (b) van 2021 is de enige met een gemeten instroom-randvoorwaarde; de Nash-Sutcliffe vs de gemeten afvoer bij Kampen is daardoor merkbaar hoger dan run (a). Dit is meteen het zichtbare bewijs dat de randvoorwaarde — niet alleen de forcing — de uitkomst stuurt.

Output-meetpunten (gauges)

Vastgelegd in [[output.csv.column]] van de config:

Gauge Coördinaat (lon, lat) Grootheid
Kampen 5.496, 53.221 debiet q_river + waterpeil h_river
Westervoort 6.154, 51.987 debiet q_river (= instroompunt)

Reproduceerbaarheid

De volledige keten staat in de repo: build_staticmaps_copernicus.py (DEM→netwerk) → fix_staticmaps.py (PDOK LDD-fix) → download_forcing*.py (ERA5-Land) → download_inflow*.py / build_inflow_2021_real.py (randvoorwaarde) → run_ijssel*.jl (Wflow.jl) → output in wflow_ijssel/data/output*/. Stap-voor-stap: DRAAIBOEK.md.